I30.1 Controle / kalibratie meetmiddelen Code: I30.1
Revisie 4
Versiedatum 18-03-2020
1.0 Doel

Deze instructie beschrijft de werkwijze die gevolgd moet worden bij controle / kalibratie van verschillende meetmiddelen.

2.0 Proceseigenaar

Medewerker Technische Dienst
Vervanger : directeur

3.0 Referenties
* Map Technische Dienst – Planning onderhoud * Packman registratie opstartcontrole
* Map periodieke interne kalibratie meet- en weegmiddelen * Formulier Kalibratie
* I30.1 Overzicht controle / kalibratie meetmiddelen (bijlage) * I30.1.1 Bijlage kalibratie weegschalen
* I30.2 Kalibratie Bizerba, scharenbox
4.0 Verantwoordelijkheden

De keurmeesters zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse controle aan de keurtafels en de bandleiders voor de dagelijkse controle aan de lijnen. Deze controle wordt geregistreerd d.m.v. de opstartcontrole aan de lijnen aan het begin en aan het einde van de ploegendienst mits de lijn in gebruik genomen wordt. Deze controle wordt gedaan met een 500 gram gewicht welke in scharenbox wordt bewaard. (tolerantie 500 -502 gram) Medewerker Technische dienst is verantwoordelijk voor het (laten) uitvoeren van de kalibratie en het (laten) testen van de overige meetmiddelen.

5.0 Training medewerkers technische dienst

Medewerkers Technische dienst worden intern opgeleid door ervaren medewerker technische dienst. Een nieuwe medewerker Technische dienst mag pas zelfstandig keuringen uitvoeren nadat de opleiding voltooid is.

6.0 Werkwijze

De weegschalen op de werktafels aan de lijnen zijn bij de aanschaf door de leverancier geijkt en vervolgens worden deze jaarlijks gekalibreerd door een door kwaliteitszorg aangewezen medewerker, dit alles met
geijkte gewichten. Registratie op Formulier Kalibratie (in analoog Map bij kwaliteitszorg) De weegschalen dienen afhankelijk van het soort en gebruik regelmatig gecontroleerd te worden met controlegewichten. Zie 4.

De gebruikte gewichten kunnen ingezet worden naar de weegschaal behoeften . De gewichten worden op 5 plaatsen op de weegschaal neergezet. (kruiselings) Als een weegschaal afwijkt (tolerantie is bij TD bekend) dan zal Technische dienst deze verwijderen van de werkplek om voor een tweede keer gekalibreerd te worden in de technische ruimte. De weegschalen worden niet meer gebruikt alvorens ze weer gerepareerd zijn. De weegschalen zijn bij aanschaf door de leverancier geijkt en vervolgens worden deze intern gekalibreerd waarvan registratie.

7.0 Controlegewichten:

Medewerker Technische Dienst is verantwoordelijk voor het laten kalibreren van de geijkte gewichten door een leverancier. Dit dient 1 maal per jaar te gebeuren. De controles van de meetmiddelen zijn opgenomen in het onderhoudsschema van de Technische Dienst.
De medewerker Technische Dienst is verantwoordelijk voor het 1 maal per jaar (laten) controleren van de overige gewichten binnen het bedrijf met de (extern) geijkte gewichten en een weegschaal die op 1 gram nauwkeurig is af te lezen. (interne kalibratie).
De weegschaal wordt eerst gecontroleerd met het geijkte gewicht, deze dient precies het juiste gewicht aan te geven. Vervolgens worden de overige gewichten op deze weegschaal geplaatst. De bevindingen worden genoteerd in het registratie systeem van de Technische Dienst. Voor deze gewichten is er een tolerantie van 1 gram.

8.0 Checkwegers:

De bandleiders zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse controle van de checkwegers. In een shift wordt telkens na 1 uur en 30 minuten gevraagd de checkweger opnieuw te kalibreren en dit te registreren. Deze
registratie vind plaats in Packman. Kalibratie is het plaatsen van het 500 gram gewicht op 5 plaatsen op de checkweger. (kruiselings geplaatst) Elk kwartaal worden de checkwegers gekalibreerd door de Technische Dienst. Registratie op Formulier Kalibratie TD.

9.0 Thermometers:

De eerste medewerker Technische Dienst is verantwoordelijk voor het jaarlijks laten kalibreren van de geijkte thermometer, tevens is de eerste medewerker Technische Dienst verantwoordelijk voor het (laten)
controleren van de thermometers van de kwaliteitcontroleurs. De te controleren thermometers worden samen met de geijkte thermometer in een beker met water geplaatst. De waarden van de thermometers worden vergeleken met de geijkte thermometer. De bevindingen worden genoteerd op het registratieformulier controle meetmiddelen. De thermometers hebben een tolerantie van 0,5 °C.

10.0 Brixmeter:

De keurmeester is verantwoordelijk voor het (laten) controleren van de brixmeter. Voor elk gebruik dient de onderstaande werkwijze echter altijd gevolgd te worden. Tijdens werkdagen wordt dus minimaal 1 x per dag uitgevoerd. Om de brixmeter te ijken worden er enkele druppels gedistilleerd water van 20 °C op het meetvlak gelegd. Met de stelschroef moet de aflees schaal zodanig ingesteld worden dat de lijn tussen het donkere en het lichte gedeelte op nul komt. Vervolgens moet de stelschroef vastgezet worden. De temperatuur heeft een zeer grote invloed op de metingen, indien de temperatuur 20 °C is dan is de aflezing correct.

11.0 Rapportage en archivering

De planning controle kalibratie meetmiddelen wordt bijgehouden in een overzicht, bijlage I30.1. De controlegegevens worden door Technische dienst bewaard.